Wat vooraf ging ………

In de tweede helft van de 19e eeuw raakten de mijnen met galmei (zinkcarbonaat) geleidelijk uitgeput, waardoor het gebruik van zinkblendes (zinksulfide) noodzakelijk werd. Deze delfstof was op meerdere plaatsen in de aardkorst in ruime mate aanwezig. VM had reeds drie locaties met roostovens n.l.; Flône (B), Oberhausen (D) en Ämmeberg (S), maar wilde nog uitbreiden.
Baelen-Wezel in de Kempen leek een gunstige plek en wel om de volgende redenen:
. geïsoleerd gelegen en dun bevolkt gebied;
. naast de spoorweg Antwerpen-Hamont (IJzeren Rijn);
. nabij de aftakking naar Beverlo van het kanaal Bocholt-Herentals.

12. kaart Balen 360

Langs het kanaal naar Beverlo

Niet alleen Vieille-Montagne vond de terreinen langs de aftakking naar Beverlo een gunstige plek om een fabriek te bouwen. Ook anderen vestigden zich in de loop der jaren in de buurt van VM.

1881
De Franse firma "Compagnie de la Forcite" kocht ongeveer 10 hectaren heidegrond in de Vuurbergen en vroeg een vergunning aan, om buskruit te maken. Bij de bevolking stuitte deze aanvraag op veel verzet, maar augustus 1882 werd de productie toch toegelaten en startte de bouw.

16. Forcite

1881
De Franse firma "Compagnie de la Forcite" kocht ongeveer 10 hectaren heidegrond in de Vuurbergen en vroeg een vergunning aan, om buskruit te maken. Bij de bevolking stuitte deze aanvraag op veel verzet, maar augustus 1882 werd de productie toch toegelaten en startte de bouw.

In 1884 begon de productie.
Ook werden destijds langs de spoorlijn nog zandputten uitgebaat door een zandwinningsbedrijf, dat nu bekend staat als Sibelco.

1888/89
Vieille-Montangne kocht in 1888 langs het kanaal ook grond, dat was gelegen tussen de zandputten en de buskruitfabriek. De bouw van een ontzwavelingseenheid begon in 1889.

1900
De zandput langs de spoorlijn werd overgenomen door VM, maar de uitbating werd stil gelegd.

Vele jaren later, na sluiting van de glasfabriek, werd er een zwembad van gemaakt, dat bekend stond als "het Zandkot van Gust de Locht". Het werd zelfs voorzien van kleedhokjes en een springplank. In 1950
werd zwemmen verboden.

Zicht NOORD, met de zandput voor de glasfabriek
13. Glasfabriek
Links: de Katoenfabriek
Midden : Schouwen van fabriek Lommel-Werkplaatsen
Rechts: de Glasfabriek

1908/10
Deze jaren werd de verffabriek "Manufacture Belges de Couleur" gebouwd op een terrein dat zich uitstrekte achter de huidige Katoen- en Vlasstraat. De fabriek werd geen succes, maar werd uiteindelijk de bakermat van Katoendrukkerij "De Kempen".

1920
De buskruitfabriek werd opgekocht door Poudreries Réunies de Belgique (PRB) en begon in 1926 met de productie van Tri Nitro Glycerine (TNT). Op 4 december 1942 ontplofte de TNT-fabriekseenheid en lag gans in puin. Na de oorlog werd de fabriek herbouwd en maakten nog vele jaren veel mensen springstoffen. Uiteindelijk stopte de productie 1990 en werd het terrein gesaneerd.

1924
De bouw van de glasfabriek "Verrerie Campinoise" startte in 1924 op een terrein ten noorden van de zandputten. Tegelijkertijd werd in de onmiddellijke omgeving een nieuwe arbeiderswijk (cité) opgericht. Merkwaardig was, dat Frans tot in 1944 de officiële voertaal is gebleven. De glasproductie werd al in 1929 gestopt.

14. Glasfabriek 2
Glasfabriek

In 1947 kocht VM de spookachtige gebouwen en gebruikte deze als opslagplaats. Tot in 1974 het geheel weer leeg stond en nadat jaren weer en wind hun werk deden, werd alles in 1991 gesloopt.

1933
De katoendrukkerij "De Kempen" startte met de fabricage in de fabriekshallen van de verffabriek. Er werden ruwe weefsels van katoen en kunstzijde in verschillende stadia bewerkt en bedrukt. De stoffen werden verkocht onder de naam VLISCO, genoemd naar de eerste directeur van Vlissingen: VLIS-co(mpagnie). Voor Vlisco viel "het doek" in 1966.

15. Vlisco merk

Nadien was er een (ijzer)handel van Jan Hus. Daarna en tot nu, de ijzerhandel Van Hees.

De directeuren

1889
De bouw van de vierde roostfabriek van VM werd geleid door Gustave Ross. Een Duitse ingenieur, die zijn kennis van de fabriek in Oberhausen gebruikte voor de bouw van die in Balen. Hij leidde de fabriek door de eerste jaren tot 1894.

17. Gustav Ross 360

1891
In 1891 begon Joseph Bellefroid uit Luik in Balen. Hij was opgeleid in de zinkindustrie van Bray et Lü in het departement Val-d'Oise in Frankrijk. Hij volgde in 1894 Gustave Ross op als directeur.

18. Joseph Bellefroid 360

De leidende ploeg in 1897
19. Eerste directie

1891

In 1891 begon Joseph Bellefroid uit Luik in Balen. Hij was opgeleid in de zinkindustrie van Bray et Lü in het departement Val-d'Oise in Frankrijk. Hij volgde in 1894 Gustave Ross op als directeur.

1914/18
Bij het uitbreken van de Groote Oorlog werkten er op de fabriek drie ingenieurs:
* Joseph Bellefroid;
*Cornelis Messens;
* Paul Fraipont.
Verder 21 bedienden en surveillanten en 1230 arbeiders.
Einde 1916 werden directeur Joseph Bellefroid en hoofd productie Paul Fraipont gearresteerd en in Turnhout in de gevangenis gezet. Later werden zij naar Duitsland afgevoerd, waar zij tot het einde van de oorlog verbleven. Joseph Bellefroid ging voor 2 jaren de gevangenis in, als ongewenst persoon. En Paul Fraipont voor;
het weigeren zijn volk werk te laten doen.
Voor hun moedig gedrag werden zij in 1922 allebei in de “adel geslagen”.

1935
Joseph de Bellefroid overleed op 1 maart en werd opgevolgd door zijn zoon Paul.

20. Paul de B

1940/45
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertrekt de directeur Paul de Bellefroid naar Parijs en Conelis Messens kreeg de leiding over het bedrijf.

1954
Op 24 juni overleed de directeur Paul de Bellefroid. Hij werd opgevolgd door Theofiel Boving.

21. Theophile Boving

1969
Einde van dit jaar verliet Theofiel Boving het bedrijf en werd opgevolgd door Jean André. Nauwelijks na een jaar werd hij geconfronteerd met de beruchte staking, die 10 weken duurde.

22. Jean Andre

1979
Dit jaar verliet Jean André Balen en hij werd opgevolgd door Yves de Bellefroid, een kleinzoon van Joseph de Bellefroid.

23. Yves de Bellefroid

1987
Dit jaar verliet Yves de Bellefroid Balen, om productiedirecteur van VM te worden. Hij werd opgevolgd door Marc Vercauteren.

24. Marc Vercouteren

1993
Marc Vercauteren verliet Balen en werd opgevolgd door André van der Heijden.

25. Andre v.d. Heyden

1995
Op 1 april werd Jacques Dewalens directeur

26. Jacques Dewalens

1998
Op 1 februari werd Leo Jacobs directeur.

27. Leo Jacobs

2002
Vanaf 1 januari tot 28 mei was Daniel Naudts directeur. Daarna werd Leo Jacobs weer directeur tot 31 mei 2005.

28. Daniel Naudts

2005
Op 1 juni werd Francis Terwinghe directeur.

29. Francis Terwinghe

2007
Op 1 oktober werd Lucien van den Boogaard directeur.

30. Lucien van den Boogaard

2010
Vanaf februari tot nu volgden een aantal General Managers van verschillende nationaliteiten elkaar snel op.






De eerste jaren tot de Groote Oorlog

1888
Einde van het jaar kocht VM van verschillende grondbezitters 387 ha dorre heidegronden nabij Balen, om daar roostovens te bouwen. Ook in het aangrenzende Mol werd grond gekocht, die was bestemd voor woningbouw enz.

12. kaart Balen 360

1890
Einde september werden de roostovens opgestart, die geheel handmatig werden gedreven. De opbrengst was 36.000 ton per jaar.

33. hand Roostoven

1898
Naast de roostovens werd een zwavelzuurfabriek gebouwd, die werkte volgens het
lodenkamerprocédé.

34. Lodenkamer

De productie werd opgevoerd tot 75.000 ton per jaar, waarbij de dampen uit de schoorstenen aanzienlijk minder zwaveldioxide bevatten dan voorheen.

1909/10
Een lood/zilverfabriek werd gebouwd en die bestond uit:
  • 7 convectoren van Huttington-Hebelein voor de ontzwaveling van loodglans en loodresidu’s;
  • 2 schachtovens, type water-jacket voor reduceren (+smelten) van lood;
  • 1 eenheid voor ontzilveren van lood uit de schachtovens;
  • 1 stralingsoven voor verzachting van het ontzilverde lood.
35. water-jacket schachtoven
Loodfabriek, water-jacket schachtoven

1911/12
De roosting werd uitgebreid met 3 hallen, die elk meerdere roostovens bevatten. De productie steeg tot 120.000 ton/jaar.
De zwavelzuurfabriek werd uitgebreid met 2 eenheden, die werkten volgens het contact-procédé.

36. zicht op fabriek

1911/12
De roosting werd uitgebreid met 3 hallen, die elk meerdere roostovens bevatten. De productie steeg tot 120.000 ton/jaar.
De zwavelzuurfabriek werd uitgebreid met 2 eenheden, die werkten volgens het contact-procédé.

Begin 1914 was de jaarlijkse productie in Balen:
  • 95.000 ton gerooste zinkblende;
  • 95.000 ton zwavelzuur (77.000 lodenkamer & 18.000 contact);
  • 10.000 ton lood.
In de fabriek werkten 3 ingenieurs, 21 bedienden en surveillanten en 1230 arbeiders.




Tussen de twee Oorlogen

1914/18
De directie kon na het uitbreken van de Groote Oorlog, met de aanwezige grondstoffen, de fabriek nog voort laten draaien tot december 1916. Wel op voorwaarde, dat de zink niet gebruikt werd voor oorlogsdoeleinden.

37. 14:18

December 1916 weigerden bestuurders, bedienden en arbeiders verder zink te maken voor de Duitser en toen werd de directie opgesloten.
Pas na de oorlog werd de fabriek weer opgestart en werd er verder geïnvesteerd.

1921
Eindelijk een brug over het kanaal.

38a. Levisbrug 360

1923/24
De loodfabriek werd uitgebreid met een walserij en ook met apparaten voor de fabricage van buizen. Samen goed voor 12.000 ton per jaar.

39. 1928 Walserij lood

1924/26
Een drietal Dwight-Lloydovens werden opgestart. Dit waren sinterinstallaties, die de zinkblende nog verder ontzwavelden.

40. DW sinterinst.

41. D-W sinter schema


1927/31
Deze jaren werden meerdere verbeteringen doorgevoerd:
* 90 roostovens werden vervangen voor 33 Spirletovens;

42. Spirlets

* Een elektrische filterinstallatie (Cottrels) werd gebouwd, om de gassen uit de roostovens en de water-jacket loodovens te zuiveren van vaste delen;
* De capaciteit van de zwavelzuurfabriek werd opgevoerd door de bouw van Mills Packard torens en 6 contactsystemen, met een katalysator op basis van vanadium;
* De stralingsovens voor verzachting van lood werden vervangen door een procédé type Harris.

43. type Harris

Even terug in de tijd !
Sinds 1910 werden de loodslakken uit de water-jacket ovens opgeslagen. Jaarlijks kwam er 50.000 ton bij op de terril. Om hier een eind aan te maken werd besloten tot de bouw van een volatilisatie-koepeloven (gasgenerator met assen smelting).

1932
Philipon ontwikkelde de koepeloven (cubilot) om bruikbare metalen uit de slakken te verkrijgen, zoals:
* zinkoxides;
* kopermatte (met daarin goud en zilver);
* slakken zonder valoriseerbare non-ferrro metalen;
* brandbaar gas (met lage calorische waarde).

44. cubilot 38

Het brandbare gas werd naar de nieuw gebouwde Centrale gevoerd. Hier stonden de volgende installaties:
* 2 stoomturbines met generator van 6MW;

45. centrale

* 3 stoomketels, die gestookt werden met de brandbare recuperatiegassen van de cubilots.
Tevens konden de ketels gestookt worden met steenkolen.

46. Ketel 5
Ketel 5 (1950)

1932/33
De installatie werd verder uitgebreid met nieuwe activiteiten:
* de elektrolyse van cadmium uit de stof van de Cottrel-apparaten;

47. cadmium elektrolyse

* de productie van thalliumsulfaat, verkregen uit de zuivering van cadmiumcement;
* de productie van kopersulfaat, verkregen uit koperschuim uit de loodsmeltovens.

48. voor tekst 1935

1935
De zinkoxides uit de koepelovens bleken niet geschikt voor de klassieke verwerking (reductie) in een klassieke zinkoven met moffels. Het kon wel in een hydro-metallurgisch proces, dat dit jaar werd opgestart.

49. electrolyse 1e

De afdeling bestond uit het volgende onderdelen;
* een elektrolyse (op de voorgrond), waarin het opgeloste zink werd neergeslagen;
* een logerij (dwars erachter), waarin het zink werd opgelost.

Theorie
50. elektrolyse schema

Rechts:
de sleutel is in werkelijkheid een aluminium plaat = Kathode
Links:
de plaat is van lood = Anode
De vrije zink ionen slaan neer op de kathode.

Praktijk
51 practijk elek. 2

1938/39
Installatie van een Dwight-Lloyd sinterband in de loodfabriek.

52. DW sinterband

In de zwavelzuurfabriek werden twee Petersen-eenheden toegevoegd voor verdere ontzwaveling van de nieuwe Dwight-Lloyd sinterband en de gewone roostovens.


De Tweede Wereldoorlog

1940/45
Vrijdag 10 mei vlogen in de vroege morgen Duitse vliegtuigen het Belgisch luchtruim binnen en volgden Duitse troepen op de grond. Twee dagen later, ook vroeg in de morgen, reden de eerste Duitsers Wezel binnen.
Al snel draaiden de fabrieken van Vieille-Montagne, P.R.B. en de Katoendrukkerij onder Duits gezag. De Katoen was minder interessant voor de Duitsers, maar bij P.R.B. en VM werd het personeelsbestand opgevoerd, want beide fabrieken konden rechtsreeks bijdragen aan de Duitse oorlogsmachine.
De Duitse bezetter lieten zoveel mogelijk ertsen aanvoeren om de productie op peil te houden. Extra bedrijvigheid was er op de afdeling kopersulfaat, want veel van het gevorderde koper werd daar ingesmolten. De werkwilligheid was zeer laag en een daad van sabotage was nooit uitgesloten.

Op 3 december 1942 ontplofte om 16.24 uur bij P.R.B. de ganse T.N.T. afdeling. Waren de veiligheidsmaatregelen over het hoofd gezien? Of was er sabotage in het spel? Helaas vonden 23 arbeiders de dood bij de ontploffing.
De bombardementen van 28 mei 1944 op Hechtel en Beverlo veroorzaakten veel schade aan de gebouwen van de fabrieken van VM, waar veel daken en plafond werden beschadigd.
Op 6 juni 1944 landden geallieerde troepen op de stranden in Normandië en begon de opmars richting Duitsland.
Op 24 augustus lieten leden van de "Witte Brigade" de spoorbrug over het kanaal in de lucht vliegen.

53a. Spoorbrug


Dat betekende veel schade aan de kant van de elektrolyse en in de woonwijk Geitenberg. De brug werd op 9 september nog een tweede maal verder vernield.

Op 12 september werd de ophaalbrug vlak voor het kantoorgebouw door de Duitsers opgeblazen.

54. 1944 Brug opgeblazen

Later werd de brug door mensen van de eigen werkplaats hersteld.

Uiteindelijk verscheen het geallieerde leger toch aan de poorten van de fabriek en trachtte via een noodbrug aan de overkant van het kanaal te komen.


55. auto in kanaal

Na felle gevechten om de Kempische kanalen viel brug 9 nabij Lommel onbeschadigd in Britse handen en verzamelde het Britse XXX-corps zich ten zuiden van Lommel. Het corps bestond uit zo'n 50.000 soldaten met 20.000 voertuigen. Op 17 september 1944 begon het grondoffensief van Operation Market Garden en trok het leger via Joe's Bridge richting grens en Valkenswaard.

56. Joe's bridge



Van na de Tweede Oorlog tot de nieuwe logerij

1946
Opstart van een eenheid voor elektrolytische zuivering van bismut-houdend lood.

1947/52
Onderzoek naar de verwijdering van germanium uit de zinkelektrolyse, wat uiteindelijk leidde tot de productie van germaniumoxyde en germanium metaal.

57. lab

1954/65
Aanvang van de verbouwing van de a. roosting en b. zwavelzuurfabriek.
a. roosting
Om te beginnen werden in 1954 de Spirletovens vervangen door een nieuwe “Flash-roasting”-oven van Cominco, met een capaciteit van 40.000 ton/jaar en voorzien van warmterecuperatieketel.
Ondertussen ontwikkelde VM een eigen systeem, met een wervelbed. De proeven leidden in 1958 tot de bouw van twee wervelbedovens, met ieder een capaciteit van 65 ton/dag.
Vervolgens werd in 1960 een wervelbedoven (Fluo 3) gebouwd, met een capaciteit van 130 ton/dag.
Dan werd in 1962 de "Flash-roastng" vervangen door een wervelbedoven (Fluo 1), met een capaciteit van 130 ton/dag.
In 1964 werden de twee ovens van 65 ton omgebouwd tot een enkele (Fluo 2), met een capaciteit van 130 ton/dag.
In 1965 volgde de vierde, veel grotere (Fluo 4), met een capaciteit 350 ton/dag.


58. fluo 4 in aanbouw
Fluo 4, in aanbouw

Alle ovens waren voorzien van een stoomketel voor afkoeling van de gassen en filters voor vaste stoffen.

b. zwavelzuurfabriek
Hierbij ging het om de oprichting van eenheden voor verwerking van de gassen uit de wervelbedovens, die werkten volgens het contact-procédé:
* 1954 Kontakt 8, 110 ton monohydraat per dag;
* 1958 Kontakt 9, met dezelfde capaciteit;
* 1963 Kontakt 10, met een capaciteit van 280 ton;
* 1965 Kontakt 11, met een capaciteit van 350 ton.

59. zicht op K10
Zicht op K10, grondwerken K11

60. K11 in aanbouw
K11 in aanbouw

Door deze veranderingen was (in 1965) één Petersen-eenheid overbodig en werd stil gelegd.

(1961/62)
Aanleg nieuwe haven.

61. aanleg haven 1961

62. aanleg brug boom
Aanleg Brug Boom

1967
De oude installatie (Dwight-Lloyd’s) na-roosting werd medio dit jaar stilgelegd.

1968
Gestart werd met de bouw van een nieuwe logerij.

63. aanleg logerij

64. achterkant nw. logerij
De achterkant van de nieuwe logerij




De laatste jaren bij Vieille-Montagne

1969
De elektrolyse werd uitgebreid. Hal 15 en 16 met grotere elektroden en mechanisch strippen.

65. hal 15:16 pelmachines
Hal 15 en 16, met pelmachines

Verder een nieuwe Ajax-oven voor zinkomsmelting (15t/h).

1972
Een nieuwe zuiveringsinstallatie voor elektrolyse-oplossingen werd in gebruik genomen.

1973
Er kwam een nieuwe schouw (65 m) op kontakt 11.

66. nieuwe schouw

De afdelingen Germanium en Harris werden gesloten.
De spoorlijn naar Lommel werd opgeheven.
Thermische residu-behandeling werd vervangen door een goethiet-proces.

67. aanleg goethiet-bekken
Aanleg goethiet-bekken 1

1974
Er kwam een nieuwe installatie voor het bewerken van zinksilicaten.
De koepelovens (Cubilots) werden buiten werking gesteld.

1976
Er kwam een nieuw procédé flotatie (bekomen zilver- en loodsulfaatconcentraat).
De loodfabriek werd stil gelegd.

1977
Opstart van de verwerking van ruwe zinkarme carbonaten (galmei).

1984
Deels werd centrale afgebouwd. Er bleven 2 turbines draaien.

1985/86
Wervelbedoven Fluo 5, met een capacitiet van 850 ton/dag en de zwavelzuurfabriek Kontakt 12 werden gebouwd en opgestart.

68. oven zonder isolatie
Oven zonder isolatie

1989
Vieille-Montagne werd Acec-Union Miniére.

69. aandeel acec

1990
Einde van de springstoffen fabricage bij de buurman Poudreries Réunies de Belgiques.
Nieuwe hal voor filters Philippe 10 en 60.

70. hal voor filters 10:60y

1991
Uitbreiding van de Kathodewerkplaats smis; 14.000 kathodes per jaar
Een nieuw overdekt ertsenplein werd in gebruik genomen.

71. Overdekt ertsenplein

1998/99
Bij de zinkomsmelting werd een nieuwe oven 6 gebouwd en werd de oven 3 stil gelegd. Later (99) werden ook de ovens 1 en 2 stil gelegd.

73. oven 6 omsmelting

2001
De capaciteit van de elektrolyse werd uitgebreid naar 260.000 ton.

74. electrolyse 26.000

Weer een nieuwe naam: Umicore.

75. logo umicore

76. afbouw slakkenberg
De slakkenberg werd afgebouwd.

2002
Nieuw goethietbekken werd in bedrijf genomen.

77a. nieuw goethietbekken

Bij roostoven Fluo 4 en Kontakt 11 werd een SO2-scrubber in bedrijf genomen.

78. scrubber fluo4

In de centrale werden de ketels 4 en 5 buiten dienst gesteld.
De cadmiumfabriek werd stil gelegd.

2003/05
Het oud goethietbekken werd afgedekt.

2007/08
13 april werd Nyrstar opgericht door Umicore en Zinifex.

79a. Logo Nyrstar